MarktConsult gaat voor de eerste prijs

Woensdag 22 april a.s. worden in het Beatrix Theater in Utrecht weer de felbegeerde Nationale Contact Center Awards uitgereikt. Op deze feestelijke Telecommerce Gala avond is ook MarktConsult aanwezig om in aanmerking te komen voor de prestigieuze NCCA Partnership Award. Een eervolle prijs op het gebied van samenwerking tussen twee partijen in een contact center organisatie. Uitgereikt voor de allerbeste praktijkcase.

Om deze prijs te winnen heeft MarktConsult een case ingestuurd over NeXTeL, master telecomdistributeur van NEC-Philips en Alcatel-Lucent, waarmee sinds 2005 op het gebied van marketing en sales nauw en intensief wordt samengewerkt. Volgens Henk Oosterhuis, marketing-manager van NeXTeL, geeft MarktConsult een duidelijke meerwaarde aan de structurele marketingprocessen van zijn bedrijf. Een ander pluspunt is dat MarktConsult niet projectgericht, maar duurzaam werkt voor haar relaties.

Virusalarm

“Het internet, Opa. Ik moet naar het internet.” Steef keek Opa met glinsterende ogen aan en wees naar het geel/zwarte boek in zijn hand. “Hier staat de weg naar het echte geluk beschreven.” Hij toonde Opa het beduimelde exemplaar van Zoekmachine optimalisatie voor Dummies, dat hij op Marktplaats voor een zacht prijsje op de kop had weten te tikken.

Opa knikte niet-begrijpend van ja en zette zijn gehoorapparaat wat harder.

SEO, Google, zoekmachines….hem ging het allemaal te snel. Hij schoof gespannen met zijn schoenen over het ruwe tapijt van zijn kamer in Huize Klatergoud, het bejaardenhuis op de hoek van de Peter Schelvisstraat, waar hij na de dood van Riet naar toe was verbannen.

“Vooruit Opa,” zei Steef ongeduldig. “Ik moet even een paar uurtjes op jouw computer.” Hij klopte liefkozend op het beeldscherm.

“Die computer is niet alleen van mij, ” mompelde Opa. “Dat ding is zo’n beetje van ons allemaal. De ouderen die het willen kunnen bij mij computeren. Ik ben verantwoordelijk voor het uitwerken wie in het huis op welke dag op de computer mag.” Hij pakte zijn agenda en bladerde er een tijdje in. Toen klaarde zijn gezicht op en sprak hij verheugd: “Zie je wel. Vanmiddag om drie uur moet ik de computer aanzetten voor Liet Bouwmeester uit kamer 345.”

“Drie uur? Dan heb ik nog een zee van tijd.” Steef raakte helemaal in zijn element. “Het is nu pas tien uur, dus dan kan ik direct beginnen.”

“Beginnen? Met wat?”

“Mijn site, Opa.” Steef was niet van zins om zijn kostbare tijd te verdoen en zette de computer al aan. “Ik heb je toch uitgelegd dat ik mijn site moet optimaliseren voor Google. Je weet wel, voor SEO.”
“Ja, dat heb je inderdaad gezegd,” mompelde Opa. “Maar die ken ik niet. Wie is die SEO? Is dat je baas?”

Steef haalde zijn schouders op. “Laat maar zitten, Opa. Geeft niet.” Hij pakte een eetkamerstoel en ging voor het scherm zitten, terwijl het gevaarte opstartte.

Opa leunde wat naar voren en vroeg toen: “Maar Steef, jij hebt toch je eigen computer? Waarom gebruik je die niet? Maar Steef luisterde niet.

“Wachtwoord, Opa. Wat is je wachtwoord?”

Opa keek hem niet-begrijpend aan. “Wat bedoel je met wachtwoord?”

“Die lettertjes die je moet intoetsen om toegang te krijgen tot je computer?”zei Steef hoofdschuddend.

“O…ik begrijp het. 3-4-5 geloof ik.”

“Prima,” zei Steef terwijl hij de cijfers intoetste en tevreden toekeek.

Opa schraapte zijn keel en vroeg nogmaals. “Maar Steef, jij hebt toch je eigen computer?”

“Jawel Opa,” antwoordde Steef terwijl hij naar de afbeelding op het computerscherm keek. Het was een foto van een wat voorovergebogen oude vrouw die op een rollator leunde en hem vriendelijk toelachte. “Ik heb wat problemen met mijn computer, daarom kom ik hier.”

“Hoezo?”

“Eh…mijn computer is gecrasht.”

“Wat is dat?”

“Nou ja…eh..in mijn geval, betekent het in goed Nederlands kapot.” Steef snoof en draaide zich om en keek Opa recht in de ogen. “Ik zal het je maar vertellen Opa. Ik heb een virus.”
Opa werd bleek. “Jongen toch. Wat erg.” Hij dacht even na. Toen gleed een schaduw over zijn gezicht. “Is het besmettelijk?”

“Nee, Opa. Het gaat om een computervirus. Mijn computer is besmet met het zogenaamde poldervirus.”

“Oh…”

Steef beet op zijn lip. “Da’s een nieuw virus. Heel erg slecht. Alles is weg en ik had geen backups. Ik ben mijn computer zeker twee weken kwijt.”

“Hoe krijg je zoiets?” vroeg Opa terwijl hij met grote ogen naar Steef staarde.

Steef haalde zijn schouders op. “Gewoon door op de verkeerde links te klikken, of door besmette bestanden te openen. Mijn anti-virusprogramma was verlopen en ik had nog geen geld voor een update. Jij hebt toch wel een anti-virusprogramma, Opa?”

Opa schudde onzeker zijn hoofd. “Weet ik niet. Ik heb geloof ik ook geen bekkups. Ik ga eigenlijk nooit op het internet. Liet Bouwmeester ook niet. Die speelt altijd patience. En nu?

Steef keek verstoord naar het scherm. “Ik gooi er wel een gratis virus-programma op, maar nu moet ik me even concentreren Opa. Ik moet aan het werk. Ik kan het me niet veroorloven om een week niets te doen aan mijn weboptimalisatie. Ik moet influencers zoeken, links maken en goede content schrijven voor Google, zodat ik hoger in de ranking komt te staan.”

“Ik snap er niet veel van,” zei Opa, “ik ga beneden wel even koffie drinken.” Steef scheen dat een heel goed idee te vinden en haalde opgelucht adem. “Fijn en bedankt Opa. Wie is trouwens die vrouw met die rollator op je bureaublad?”

“Dat…eh,” Opa verschoot van kleur. “Dat is Liet Bouwmeester. De vrouw die eh…straks komt computeren.”

Om drie uur ging de bel. Opa hees zich verheugd uit zijn stoel en schuifelde met zijn wandelstok naar de deur. Steef was al een uur geleden vertrokken en had Opa met een grote grijns bedankt.

“Prima computertje,” had hij gezegd. “Beetje langzaam, maar ik heb goed kunnen werken.” Vlak voor hij wegging had hij nog iets gezegd over dat gratis anti-virusprogramma. Dat was hij vergeten te installeren, maar dat kwam een andere keer wel.
“Het zal wel,” dacht Opa. Dat was tenslotte een wereld waar hij niets van begreep.

Liet Bouwmeester zag er zoals gewoonlijk weer adembenemend uit. Ze had een prachtige lange, met kant afgezette rok aan en een gezellige geruite blouse. Daarop had ze een antieke gouden broche vastgeprikt. Haar grijze haren zaten netjes weggestopt in een knotje en ze lachte Opa vriendelijk toe.

“Hallo, Bertus. Tijd voor de computer.”

Even later zat Liet voor het scherm, terwijl Opa koffie zette. Maar er gebeurde niets. Het scherm bleef zwart.

“Bertus, hij doet niets,” riep Liet met overslaande stem.

Net toen Opa kwam aangeschuifeld kwam er toch iets op het scherm.

Wat was dat nou? Op het scherm verscheen een groot rood hart met de woorden “I love You.” En met kleine lettertjes stond eronder: “U bent geïnfecteerd met het I love You virus.”

Bertus keek naar het scherm en voelde opeens dat Liet naar hem staarde. Hij draaide zich om en keek in de warme, blauwe ogen van Liet. Opa bloosde.

“Die computer…” begon Liet aarzelend, “weet haast meer dan wij. Wat is de technologie vandaag de dag toch ver gevorderd.”

“Ja,” hakkelde Opa. “Ik denk dat wij net als mijn kleinzoon Steef een virus hebben. En daar ben ik eigenlijk heel blij om.”

“Ik ook,” beaamde Liet terwijl ze Opa’s hand vastpakte.